Posts tonen met het label Sport / Spel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sport / Spel. Alle posts tonen

zaterdag 4 juli 2009

Le Tour de France

Massasport bestaat bij de gratie van de media. Of het nu het neanderthalesk gehakkel op de tv is van de voetbalgod zelf, of de neo-intellectualistische lofzang in Hard Gras, het gaat erom een sterveling eerst tot een goddelijk formaat op te pompen, om vervolgens vol verbazing vast te stellen hoe groot hij wel niet is. Wat weer reden is om door te pompen.

Schoolvoorbeeld is Le Tour de France, die niet door fietsers maar door journalisten is bedacht. Het initiatief werd in 1903 genomen door het blad L'Auto, dat de wedstrijd van meet af aan van een mythische dimensie voorzag.

Op zichzelf is er, zeker in een tijd zonder televisie, weinig te zien aan een karavaan renners, maar een verhaal over heldenmoed, afzien, samenwerking en afgunst is de ideale kruising tussen een epos en een soap. Renners worden in de journalistiek voorzien van homerische bijnamen als 'de meedogenloze schoenmaker van Rouen' of 'de verschrikkelijke bakker uit Grenoble'. De renners rennen, het volk juicht, de kassa's rinkelen. Helden worden niet geboren, ze worden gemaakt.

In principe moet je roeien met de riemen die je hebt. Wat veel mensen niet kunnen uitstaan, is dat een ander met dezelfde riemen toch sneller roeit. Als je het onderste uit de kan hebt gehaald, zit er nog maar één ding op: vals spelen. Dat heet doping.
Bij doping gaat het veelal om geneesmiddelen. Als een zieke van een geneesmiddel beter wordt, wordt een gezonde er het best van. Doping doet met het lichaam wat alcohol met de geest doet: ze verhoogt de pijngrens, geeft je moed en vergroot het spektakel. Maar het loopt uit op een puinhoop. Er bestaan dan ook morele bezwaren, samen te vatten in "FOEI!"

Doping verdraagt zich slecht met de sport, omdat ze ongezond is. Als sport gezond is, is doping "BAH!". Maar dat is eigenlijk de vraag. Niet de doping is ongezond, maar de Tour zelf. De helse tocht is een hele toer en zonder doping nauwelijks uit te rijden.

maandag 29 juni 2009

vrijdag 19 juni 2009

Wonderbroek

Een dezer dagen zal Rafael Nadal laten weten of hij fit genoeg is om vanaf maandag aanstaande zijn Wimbledon-titel te verdedigen.

De service van de jonge Spanjaard is al legio malen beschreven, nagedaan en bespot. Vooral vanwege dat éne moment in zijn rituelen, waarbij hij zonder gêne zijn onderbroek uit z'n bilspleet trekt. De linkerhand hanteert het racket, de rechterhand stuitert tennisballen en plukt. Niet een discreet plukje met de toppen van duim en wijsvinger, maar zoals je een stuk bloemkool uit het gootsteenputje graaft. Wat voor onderbroeken Nadal ook draagt, één ding staat vast: ze zijn van bijzonder matige kwaliteit.

- Graafael Naadal -

Het lijkt The King of Clay zelf allerminst te storen, die onderbroek die naar alle plekken kruipt waar je hem niet wilt hebben. Misschien is hij het gewend. Of misschien weet hij niet beter. Het lijkt me sterk. Ik denk dat Rafa het maar wat goed weet. Zijn onderbroek is één van zijn wapens, vooral tegen rivaal Roger Federer, de smetteloze Zwitser. Geboren en getogen in een land dat gegrondvest is op Pünktlichkeit. Wit is er sneeuwwit, niet paella-geel. Laat staan Costa del Sol-bruin. Telkens wanneer Nadal zijn slip uit zijn bilspleet vist, blokkeert Federer en vloeit zijn concentratie weg. Dat schaamteloze naadgraven van Nadal is in Zwitserland waarschijnlijk bij wet verboden.

zaterdag 13 juni 2009

vrijdag 12 juni 2009

Goed uitgerust

Generaties zijn opgegroeid met Popeye the Sailorman, die op het beslissende moment altijd weer nieuwe energie put uit een blik spinazie. Wat heeft spinazie dat een sperzieboon niet heeft? IJzer. De betekenis van ijzer voor het lichaam werd duidelijk toen de eerste gebouwen van staal werden gemaakt, de Eiffeltoren verrees en locomotieven door Europa begonnen te denderen. Wie spinazie at, werd een man van staal, een vrouw met stalen zenuwen, een kind met een ijzeren wil.

Het zal best waar zijn dat de voedingsleer af en toe een sporter aan een meter meer of een seconde minder helpt, maar van buitenaf gaat het nog beter. Doe een zwempak aan en je wordt een halve dolfijn, met een American Football-outfit ben je zo goed als onkwetsbaar en met klapschaatsen onder je voeten ben je heel de evolutie te vlug af.

Gaat de evolutie van de mens tergend langzaam, die van de kleding gaat met de snelheid van de seizoenen. Nieuwe materialen verminderen de weerstand van een zwemster in het water, fietsers verbouwen met een aerodynamische helm hun hoofd, hardlopers rennen op schoenen waar de evolutie in geen duizend jaar aan toe zou zijn gekomen. Jammer is het alleen dat de tegenstander dezelfde kleren kan aanschaffen. Dat doet je technische voorsprong weer teniet.

Maar daar gaat het niet om. De metamorfose van een mens tot voetballer of bokser is geen kwestie van techniek, maar van magie. Geef je dochter een rokje en een stick en ze is een hockeyster. Dat is de kracht van het uniform. Met een koksmuts ga je vanzelf beter koken, van een politie-uniform krijg je autoriteit en in camouflage-kleding schiet je een konijn nog doder. Onder sporters leeft juist het idee dat je met felle kleuren harder of hoger gaat. Voor de jacht maakt het niets uit; de meeste dieren waarop jagers jagen, zijn kleurenblind...

vrijdag 24 april 2009

zondag 19 april 2009

SchaakMad

Oure days be datyd
To be chek-matyd;
With drawttys of deth.
Uit: Vppon a deedmans hed - John Skelton (1460? - 1529)
(Vrij vertaald:
Onze dagen zijn getekend,

Ons schaakmat is berekend;
Door de schaduw des Doods.)
Drijft schaken spelers die hun hele leven hieraan wijden tot waanzin? Een serieuze vraag, als je in ogenschouw neemt dat van de eerste negen wereldkampioenen er twee écht klinische gevallen waren (Morphy en Steinitz), er één onstabiel was (Aljechin) en één er een vreemde levenswijze en dito denkbeelden op nahield (Fischer). Sowieso lijkt het stempel 'excentriek' op veel schakers de lading niet te dekken.
De vraag wordt versterkt door het feit dat de twee beste en bekendste verhalen over schaken, Stefan Zweig's Schachnovelle (1944) en Vladimir Nabokov's The Defense (1964), gaan over schakers die mentaal zijn afgetakeld.

Om de vraag te analyseren helpt het onderscheid te maken tussen 'psychose' en 'neurose'. Deze laatste is een afwijking die bestaat in de alledagelijksheid, zoals het dwangmatig en overmatig wassen van je handen. Wat in deze gevallen gebeurt, is het verspillen van energie. Psychose daarentegen is een verlammende terugtrekking uit de werkelijkheid, zoals bij manische depressiviteit of schizofrenie.

Bijna alle mensen vertonen neurotische trekjes - in schaken en in het leven - zoals het dragen van een favoriet shirt dat 'geluk' zou brengen, of het hebben van een talisman voor succes, zoals voetbalteams een mascotte hebben. Dit is binnen bepaalde grenzen volkomen onschuldig.

Topschakers verschillen van 'gewone' schakers in de intensiteit van hun psychologische betrokkenheid bij het spel. Een bron van druk die introverte neigingen versterkt, is dat bij kampioenschapsschaken de spelers al hun planning binnenshoofds moeten doen; ze mogen niet praten en de stukken alleen aanraken als ze een zet doen, een bijna geheiligde handeling. Dit betekent dat ze zich terugtrekken in een totale innerwereld, en het kan gebeuren dat een speler zó geïnternaliseerd raakt dat hij de schaakwereld verwart met de echte wereld.

Er bestaat een vertaling van een regel van een onbekende Griekse dichter, die in Antigone van Sophokles wordt aangehaald: 'Die de godheid wil verderven, beneemt zij eerst het verstand.' Deze zin wordt bij voorkeur geciteerd wanneer de stap van genialiteit naar waanzin wordt beschreven.

Het Amerikaanse genie Paul Morphy leed aan paranoia. Hij dacht jarenlang dat bepaalde personen, in het bijzonder zijn zwager, hem trachtten te vergiftigen. Hij accepteerde in die periode alleen voedsel uit handen van zijn moeder en zijn ongetrouwde jongere zuster. Morphy stierf plotseling in bad, waarschijnlijk aan een herseninfarct en naar verluid omringd door vrouwenschoenen.

De Rus Aleksandr Aljechin, die vier keer trouwde met vrouwen die twintig tot dertig jaar ouder waren dan hijzelf, was een excessieve alcoholist. De mare gaat dat hij bij een bepaalde manifestatie dermate dronken was dat hij gewoon op de vloer begon te pissen. Zelfs tijdens de match om het wereldkampioenschap, in 1935 tegen onze landgenoot Max Euwe, werd Aljechin voor het begin van één van de partijen flink aangeschoten aangetroffen.

De hersenen van de Oostenrijker Wilhelm Steinitz, de eerste officiële wereldkampioen, waren tegen het einde van zijn leven dermate aangetast dat hij dacht dat elektrische impulsen vanuit zijn lichaam zijn schaakstukken in de door hem gewenste richting konden sturen. Het verhaal dat hij trachtte met God contact te maken om Hem uit te dagen voor een tweekamp, schijnt op waarheid te berusten. Hij stond in die periode thuis regelmatig bij zijn onzichtbare telefoon op antwoord te wachten. Zulk blasfemisch gedrag werd in de negentiende eeuw onmiddellijk afgestraft: Steinitz stierf kort na zijn onvervulbare poging in een gekkenhuis.

In jezelf praten. Vastzitten. Doordraaien. Denken dat je God bent. Nooit meer schaken. De waanzin is van alle tijden.

dinsdag 24 maart 2009

The Karate Kid

De pechvogel van 10 maart is nog in leven, dankzij de karate-techniek 'de kraanvogel'. Hier toegepast op een overmoedig vlerkje met haantjesgedrag:

The Karate Kip

Veel mensen zullen deze stand associëren met de ultieme actie in de sleutelscène van The Karate Kid. De stijl die Mr. Miyagi in de film onderwijst, heet Okinawa gōjū-ryū karate-do, gekenmerkt door 'zachte' cirkeltechnieken in de verdediging en harde, directe technieken in de aanval. Zacht: 'Wax on, wax off', wat de oude baas een gepoetste auto oplevert en Daniel-san helpt de techniek onbewust in zijn instinctieve spiergeheugen te registreren. Hard: de maegeri naar de kin waarmee de slechterik in de film knockout wordt getrapt.

In eerdere artikelen heb ik kort al eens gerefereerd aan karate. Ik heb het geluk gehad lange tijd te mogen trainen onder Chris de Jongh, voormalig wereldkampioen in deze discipline. Hij is fysiotherapeut, dus ook de anatomische aspecten van karate (alsmede van mogelijke aanvallers) werden wekelijks deskundig in de dojo met ons doorgenomen.

Aan de sensei, sempai en leden van de Stichting voor Japanse en Okinawaanse Krijgskunsten: domo arigato gozaimasu!

zaterdag 7 maart 2009

Denksport

Veel mensen zien de hersenen als een orgaan dat op dezelfde manier kan worden getraind als biceps. Dat zien veel mensen dan fout. Men kan niet zoals bij judo een zwarte band halen in sudoku. En in een zaal waar men aan hersengymnastiek doet, staat geen ezelsbrug met ongelijke liggers.

Zouden de hersenen als een spierbal opzwellen, dan is de kans groot dat snel genoeg de schedel barst. Wat de omvang van de hersenen betreft: als kind al zijn onze hersenen helemaal volgroeid en voor de rest van ons leven blijft de hoeveelheid op z'n best gelijk. Onze kennis neemt niet toe door groei van de hersenen; in plaats daarvan neemt het aantal verbindingen tussen de grijze cellen toe. Het mogelijke aantal verbindingen is zeer vele malen groter dan het aantal cellen.
Mannen wijzen er graag op dat mannen (en dolfijnen) een grotere partij hersenen hebben dan vrouwen, maar ze vermelden er nooit bij dat bij vrouwen de bovenlaag meer plooien bevat. En hoe meer plooien, hoe meer verbindingen er mogelijk zijn.

Voor elke gedachte is er ruimte om zijn sporen na te laten. Je moet je hersenen dus wel gebruiken, maar niet zoals bij sporttraining. Spieren train je door herhaling van dezelfde handeling. In je hersenen slijt zoiets zenuwbanen uit, zoals een bergbeek een kloof uitgraaft. Maar je wordt je die banen steeds minder bewust. Voor denken zijn voortdurend nieuwe prikkels nodig. Als je steeds dezelfde prikkel krijgt, wen je eraan. Je slaat er geen acht meer op, anders word je gek.

Zidane gebruikt zijn hoofd (niet)
Sport berust dus op automatismen. Hetzelfde geldt voor pianospelen: hoe vaker dezelfde étude wordt gepingeld, des te nauwkeuriger komt elke noot uiteindelijk op de snaar terecht. Maar denken is dus iets volkomen anders. Er bestaat dan ook niet zoiets als 'denksport'. Denken en sporten zijn juist elkaars tegenpolen, zoals uit elk interview met vooral voetballers en boksers weer blijkt. Wél raken door sporten de hersenen beter doorbloed dan wanneer je niet aan sport doet.

Om terug te komen op een opmerking in mijn artikel Zwart-wit: schaken lijkt maar een sport. Als je tienduizend maal de zet e2-e4 doet, krijg je misschien sterke polsen, maar geen inzicht in schaken. Leren doe je niet van telkens hetzelfde, maar van telkens iets anders. Conclusie: oefening heeft ook wel eens iets anders te doen dan kunst te baren.

De beste hersenen winnen. En die zijn net als spieren niet gelijkelijk onder de seksen verdeeld. Mannen hebben de beste, althans voor schaken. Over dat laatste was grootmeester Jan Hein Donner (oom van minister Donner) zeer uitgesproken. Vrouwen konden er wat hem betrof niets van.
'Maar meneer Donner,' riepen veel mensen verontwaardigd, 'straks gaat u nog zeggen dat negers niet kunnen schaken!' 'Nee,' zei Donner dan, 'dat zal ik nooit zeggen. Waarom zouden negers minder zijn dan blanken? Negerinnen, die kunnen niet schaken.'

maandag 16 februari 2009

Karate

Boksbal
Karate houdt me scherp, fit en lenig: maandag spar-wedstrijden, woensdag kumite en kata, zaterdag kihon en conditietraining.
'Een gezonde geest in een gezond lichaam', zeg ik wel eens. Bijvoorbeeld als me gevraagd wordt wat mens sana in corpore sano betekent.

vrijdag 13 februari 2009

V-Day

Morgen is het 14 februari: Valentijnsdag.
Het is niet volledig onbegrijpelijk dat critici deze geforceerde feestdag bestempelen als bestemd voor gehersenspoelde schapen. Niet duidelijk gebaseerd op wat voor historisch feit van welke Sint Valentijn dan ook, heeft het nog minder te maken met Cupido. Dit westerse concept is in de jaren '90 uit Amerika komen overwaaien. Sindsdien heeft Valentine's Day hier een hoge vlucht genomen en Halloween is er een paar jaar geleden achteraan gewaaid. Het wachten is nu op Mardi Gras, Thanksgiving en Groundhog Day.

Voor dit opgelegde vaste moment van liefdebetuiging worden elk jaar meer knaken uitgegeven aan kaarten, bloemboeketten, bonbons en bling-bling. Met een grote glimlach moet ik dan denken aan een andere schijnheilige: San Andreas. Briljant in dit GTA-deel is de radio-commercial voor diamanten van DeKoch (veelzeggend uitgesproken als TheCock):

(Voice-over) 'Relationships can seem like an eternity.'
(Vrouw) '
YOU ASSHOLE! WHAT WERE YOU DOING WITH MY SISTER IN THAT HOT TUB?!?!'
(Voice-over) 'Relieve the pressure.'
(Gefluister) '
Ice...'
(Voice-over) '
Chill that bitch out... with ice.'
(Gefluister) 'Ice...'
(Voice-over) '
A diamond lasts forever. But your relationship might not. A diamond is love. Rock hard. And frozen in time. Luckily, most women are shallow, and materialistic.'
(Gefluister) 'Ice...'
(Vrouw) 'A DIAMOND? So you DO love me!'
(Voice-over) 'Nothing says I love you like a lump of carbon, mined by wage-slaves in Angola.'
(Vrouw) 'I don’t even know what I was mad at you about. Do you want a blow job?'
(Voice-over) 'Passion. It CAN be purchased. And it CAN be overpriced. Ice. Available and very expensive...'
(Gefluister) '
Ice...'
(Voice-over) '
... at DeKoch Diamonds.'

Diamanten kunnen één of meerdere ribben uit je lijf zijn en zijn misschien beter voorbehouden aan belangrijkere data. Je kunt het ook luchtig en origineel aanpakken door een rode strik te knopen om een paar stronken witlof met een handgeschreven kaartje eraan: 'With Love' (klinkt als witlof). Voorzien van een gemeende boodschap op de achterzijde heeft dit een suave, persoonlijke impact. De witlof verander je 's avonds in een salade met walnoten, stukjes appel of peer, spekjes en Parmigiano. Een vinaigrette van Balsamico, olijfolie en peper erdoorheen. Tagliatelle met een saus van garnalen en crème fraîche erbij, afgetopt met een op de huid gebakken zalmmoot. Aardbeien met slagroom toe. Dit alles bij kaarslicht en onder het genot van een fles champagne.

Distilleer hier deze boodschap uit: als je een beetje keukenprins op het witte paard
bent en de liefde door de maag gaat, zit je geliefde al snel op
rozen. (Als extra verrassing kun je de volgende ochtend alsnog een klein sieraad schenken.)

dinsdag 27 januari 2009

Zwart-wit


In de etalage van een antiquariaat is op een verhoging een antiek schaakbord tentoongesteld, compleet met fraai vormgegeven stukken. De enthousiaste amateurschaker en schaaksetverzamelaar in mij kan het niet nalaten de linkerbenedenhoek van het bord te inspecteren. En ja hoor: veld A1 is wit... Het is de zóveelste keer dat ik een schaakbord een kwartslag gedraaid aantref. In vitrines, in reclames, in films. Knoop deze regels voor eens en altijd in je oren: A1 is zwart (net als de snelweg) en de Dame staat op haar eigen kleur (D1 en D8, met de D van Dame)!


De regels van het schaakspel zijn volgens de FIDE niet zomaar regels, maar 'The Laws of Chess'. Ach, als het beestje maar een naam heeft. Veel mensen vragen zich ook af: is schaken nou een sport of een spel? Dit lijkt een grijs gebied waar het lastig is een criterium aan te leggen. Wat zijn de kenmerken van sport? Het verrichten van een zware, lichamelijke inspanning? Het feit dat je er veel voor moet laten om er heel goed in te worden? Laten we het erop houden dat je er niet academisch over moet willen doen. Vervang het woordje 'OF' door 'EN' en noem het een aangename tijdsbesteding.

Schaaklegende Bobby Fischer trok het in het extreme en onder zijn motto 'Chess is life' besteedde hij zijn hele leven aan schaken, tot hij in 1972 in Reykjavík wereldkampioen werd tegen Boris Spasski. Middenin de Koude Oorlog versloeg de Amerikaan in zijn ééntje het Sovjetblok in wat bekend staat als de 'Match of the Century'. Met het behalen van de titel vond Fischer dat hij niets meer te winnen had en wat hem betrof was zijn schaakleven daarmee voorbij. Hij verdween van het wereldtoneel, veranderde in een paranoïde kluizenaar en kwam nog een paar keer negatief in het nieuws. Aan zijn echte leven kwam in januari 2008 een eind, door nierfalen. Is het toeval dat hij 64 jaar oud werd (het aantal velden op een schaakbord), in ballingschap stierf in Reykjavík (dezelfde stad waar hij zijn schaakleven beëindigde) en dat zijn moeder Regina (Latijn voor koningin) heette? Of is er een dieper verband met die lijfspreuk...?

De enige parallel die ík wil trekken tussen schaken en het leven: als de partij is afgelopen, gaan de pion en de koning beiden terug in dezelfde doos.

maandag 26 januari 2009

Komt een man bij de dokter...

Net als de octopus heeft de spin acht ledematen. Te land, ter zee en in de lucht is de kans dat ze elkaar tegen het lijf lopen vrijwel nihil, hoewel de octopus met drie geruste harten aan land gaat om van poel naar poel op krabben te jagen, en er zelfs een spin bestaat die zijn hele leven in een luchtbel onderwater doorbrengt. Waarschijnlijk is voor zo'n confrontatie Marvel Comics in het leven geroepen. Spider-Man behoeft geen introductie, maar ik neem aan dat bij het horen van zijn aartsvijand Doctor Octopus minder bellen gaan rinkelen.

Spider-Man

Maak kennis met Dr. Otto Octavius, door Spidey liefkozend Doc Ock genoemd:
Doc Ock is een uiterst intelligente maar, helaas voor de mensheid, compleet geschifte wetenschapper en uitvinder. Voor zijn research maakt hij gebruik van een harnas met vier tentakels, zodat-ie van veilige afstand met stralingsbronnen kan rotzooien. Natuurlijk ontploft op een dag de boel, waarbij de hitte het harnas aan zijn lichaam vastsmelt en de vrijgekomen straling ervoor zorgt dat hij de tentakels kan besturen met zijn hersengolven.

Een vermeldenswaardig kenmerk van Doc Ock is zijn bijziendheid, waarvoor hij een dikke bril draagt. Dit zal een knipoog zijn, die we moeten interpreteren als metafoor voor zijn kortzichtigheid. Een échte octopus kan bijzonder scherp zien. Het lenssysteem van state-of-the-art camera's is nota bene geënt op de structuur van een octopusoog, dat door meerdere dunne laagjes van verschillende dikte licht zó kan buigen en focussen dat het geprojecteerde beeld op geen enkel punt wazig is. Vroeger waren om hetzelfde effect te bereiken acht lenzen nodig, evenveel als het aantal ogen van een spin. Acht ogen. Misschien wat overdreven voor een dier dat voornamelijk instinctief reageert op vibraties van de ondergrond en de lucht.

Wie goed heeft afgekeken bij Doc Ock is Solidus Snake, oprichter van de slechterikkenbende die centraal staat in de game Metal Gear Solid 2. Naast een schurkerig ooglapje draagt Solidus een pantser met twee zogeheten snake arms, om mee te grijpen, te verpletteren, te wurgen en zelfs raketten af te schieten.

In het échte leven kan een wolkje inkt ook effectief zijn.

donderdag 22 januari 2009

Tako

Stripboeken zijn in mijn ouderlijk huis in overvloed aanwezig. Eén van de vertrekken op zolder is een logeer- annex stripkamer met langs de muren planken en stellages vol, van vloer tot plafond, van Agent 327 tot XIII. Als we er niet zo voorzichtig mee zouden zijn omgegaan, zouden toppers als Thorgal, Storm en Jeremiah nu vol vouwen en etensresten zitten. Uit bewondering en vanwege mijn Japanomanie wil ik er kort wat werk van Michetz (pseudoniem van de Belgische tekenaar en inkleurder Marc Degroide) uitlichten.

KOGARATSU
(Scenario: Bosse)
Een, tot nu toe, 12-delige serie over een dolende ridder genaamd Nakamura Kogaratsu die van dorp tot dorp zwerft in het feodale Japan van de 17e eeuw. Deze ronin verhuurt zich voor krijgsmachtklusjes aan de hoogste bieder en herstelt onrecht wanneer het zich voordoet.

Kogaratsu is een onderschatte reeks. De makers hebben niet de bedoeling grootse, sensationele verhalen te brengen, maar laten symboliek, religie en de Japanse cultuur samensmelten om het innerlijke van deze mens uit te diepen. De tekenstijl van Michetz is een scherpe combinatie van schoonheid en ruwheid. Met een paar stiftstreken weet hij trefzekere karakters neer te zetten; soms karikaturaal, maar nooit uit de toon vallend. De natuurlijke aquareltinten werken hierbij goed mee aan het creëren van een pakkende sfeer en diepgang. Wat setting en aankleding betreft is de strip geschiedenisgetrouw en de verhalen hebben veelal een stand alone-karakter: beginnen bij het eerste deel - in casu deel 0 - is geen vereiste om het te kunnen volgen.

Als je fan bent van samurai-fictie en zaken als demonen, lees dan het eveneens briljante Okko van Hub. Mysterieus, schitterend met inkt ingekleurd, gelikter dan Kogaratsu en over-the-top. Hiervan zijn momenteel 2 x 2 delen uit.

TAKO
(Scenario: Yann)
Een tweeluik met als decor een klein, rotsachtig eilandje in de zee ten noordwesten van 16e-eeuws Japan. Centraal staan een blinde stamvader en zijn drie zonderlinge dochters, die overlopen van haat. Drie krijgsmannen komen vragen om de handen van de dochters, waarna ze naar het slagveld vertrekken. Hoeveel van de hoofdpersonen zullen er overleven, en wie zal aan wie worden uitgehuwelijkt?

Tako is Japans voor octopus en verwijst naar de mon van deze bijna uitgestorven familie: een rode octopus, die overvloedig rond het kleine eilandje voorkomt. Deze is als rode draad geweven door dit verhaal dat je naar de keel grijpt en deze langzaam dichtknijpt.

Ook in karate komt de tako terug. De stijl die ikzelf beoefen, heet: Okinawa gōjū-ryū karate-do. Eén van de onderdelen van onze junbi undo (warming-up en stretchen) is tako ashi: octopus-voet. Hierbij grijpt men de vloer met gespreide tenen en wordt de voet als een zuignap holgetrokken.


woensdag 21 januari 2009

Octopuzzelen

Sinds jaar en dag hebben puzzels en spellen een grote aantrekkingskracht op mij. Zowel op papier, als op een bord en in de hand: crypto, logikwiz, sudoku, Rubik's kubussen en klappuzzels.

Van kindsafaan werden grote Loup-legpuzzels gelegd en Revell-bouwpakketten gebouwd. En als Mahjong een bordspel was geweest, zou dit één grote slijtplek zijn. Tijdens de middelbare schooltijd kregen we thuis een PC en al snel deden op dit nieuwe platform de adventures van Sierra en LucasArts hun intrede en deze collecties zijn door ons als jongetjes dwars doormidden gespeeld. Guybrush Threepwood, Roger Wilco en Indiana Jones: jeugd-iconen. Bij het onlangs bekijken van speedrun-walkthroughs van Day of the Tentacle en Grim Fandango verbaasde ik mezelf dat ik 80% van de oplossingen voor de puzzels direct kon ophoesten. Zo diep zit het dus.

Lange tijd verdwenen computerspellen naar de achtergrond, tot in 2003 mijn videorecorder het begaf en ik besloot een PlayStation2 te kopen. Deze Sony console kon zowel DVD's als games af spelen en was niet duurder dan een reguliere DVD-speler: een win-win-situatie. Ik dacht dat ik maximaal een game of vijf zou aanschaffen en dat zou het dan wel zijn. Inmiddels zijn we zes jaar, 40 games en een PS3 verder. In mijn boekje is Metal Gear Solid zonder twijfel de beste serie. Hors catégorie: beide games van ontwikkelaar Team ICO.

Vandaag de dag is schaken torenhoog favoriet. De absolute koning onder de evenwichtige spellen.