Posts tonen met het label Review. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Review. Alle posts tonen

zondag 24 mei 2009

Cloverfield

Sinds de DVD-box van het eerste seizoen LOST in 2006 op de Nederlandse markt verscheen, ben ik fan van die serie-vol-mysterie. Inmiddels dekt 'lostaholic' de lading beter: na elke nieuwe aflevering spit ik fora en blogs door voor de laatste feitjes en theorieën.
Toen in 2008 de film Cloverfield uitkwam - geproduceerd door J.J. Abrams: bedenker, schrijver, producent en regisseur van LOST - ging ik met mijn broertje en een goed gevoel de bioscoopzaal binnen. En met een nog beter gevoel kwamen we weer buiten.

Dit is een bijzondere film, die vanaf de start spijkers met koppen slaat: logo van de filmstudio, logo van de productiemaatschappij en de film begint. Het is een document dat kaal wordt gebracht als een tape die gevonden is "at incident site US-447 - area formerly known as Central Park". (Een aardige geste naar LOST-fans is het logo van The Dharma Initiative, rechtsonder.) Het ontbreken van openingscredits en muziek geeft een hoge meerwaarde aan de directheid van het geheel.

De opzet van Cloverfield is simpel: Rob gaat naar Japan verhuizen en het afscheidsfeestje dat hij geeft, wordt verstoord door een aardschok en een stroomstoring. Als duidelijk wordt dat de oorzaak hiervan een enorm monster is, dat door de straten van New York trekt, is de chaos compleet. De rest van de stad probeert naar veiliger oorden te vluchten, maar Rob en een handvol vrienden begeven zich dwars door de brandhaard naar het appartement van zijn vriendinnetje Beth, die daar gewond vastzit.

Cloverfield neemt de invalshoek die we in 1999 zagen in The Blair Witch Project: alle actie ontvouwt zich door de lens van één enkele handheld camera die de hoofdrolspelers meedragen. Deze stijl werkt: het geeft het geheel een hoge dosis realisme en een persoonlijke kwaliteit. Naast toeschouwer, voel je je deelgenoot. Het meeste filmwerk wordt overigens gedaan door het personage Hud, een naam die knipoogt naar head-up display.
Een bijzonder originele vertelwijze die goed uitpakt, is dat het beeldmateriaal dat we zien óver een eerdere opname, die al op de videoband stond, is heengetapet: Rob en Beth tijdens een willekeurig dagje uit. En dát filmpje, dat van tijd tot tijd te zien is op stukken waar vooruitgespoeld is, bevat het belangrijkste puzzelstukje...

Na de verplichte trage openingsscène, waarin de personages kort en effectief worden geïntroduceerd, gaat de film over tot actie. Eén van de meest doeltreffende stukken uit de film is de scène volgend op de blackout: de straat loopt vol met mensen die hulpeloos toezien hoe het hoofd van het Vrijheidsbeeld met een klap op straat landt. Heel even vangen we een glimp op van het monster en wat volgt is blinde paniek die wild om zich heen grijpt. Het resultaat hakt erin en wekt de suggestie van een beklemmend realistische nieuwsuitzending. Vanaf dit punt wordt het hoge tempo geen seconde losgelaten.

Bij dit soort films is het altijd erop of eronder wat special effects betreft en het Cloverfield-team levert CGI van de bovenste plank. De scène op de Brooklyn Bridge, waarbij de groep raakt ingesloten tussen het leger en het monster, is indrukwekkend. 'Realistisch' is hier bijna een understatement.

Waar het monster de ster is van deze creature feature, kwijten de menselijke protagonisten zich hooguit redelijk van hun taak. Ze hebben dan ook niet echt veel om mee te werken. Geen van de karakters is bijzonder interessant en hun onderlinge band houdt onder een vergrootglas weinig stand. Dat voor een onbekende cast gekozen is, is ook een pluspunt: het verhoogt zowel de betrokkenheid van de kijker als de spanning. Wie er de volgende op het slachtofferlijstje is, blijft immers een vraagteken.

Een ander sterk punt is de lengte van de film. Hij dringt zich niet op en stopt voldoende actie in de relatief korte duur. 73 minuten is bovendien exact de lengte van een Digital Video Tape zoals die in de camcorder. Dit ooggetuigenverslag, gericht op de YouTube generatie, is niet één lang shot: soms staat de camera uit en wordt het verhaal even later opgepikt en af en toe zie je delen van de videoband waar overheen is getapet.

Regisseur Reeves en producer Abrams hebben de destijds door virale marketing aangewakkerde hype rond de film volledig waargemaakt. Ze leveren een beklemmende achtbaanrit af, die een originele wending geeft aan het monster movie genre. Daarbij blijft het monster zelf niet verscholen. Het goedkope camerawerk deed aanvankelijk vermoeden dat het om een low budget productie ging, waarbij geen geld was voor fatsoenlijke special effects. Niets is minder waar en het monster toont zich uiteindelijk in al zijn afgrijselijke omvang.

vrijdag 10 april 2009

The Prestige

Op 9 maart passeerde The Affirmation de revue op dit blog. Vandaag een ander boek van dezelfde auteur:

The Prestige is de negende roman van de hand van de Brit Christopher Priest. Het 416 pagina's tellende boek kwam uit in 1995 en won onder andere de World Fantasy Award. Het is Priest's bekendste werk, in 2006 op het witte doek gebracht door Christopher Nolan, regisseur van Memento, Batman Begins en The Dark Knight.

The Prestige vertelt het verhaal van twee rivaliserende illusionisten uit de laat 19e eeuw: de aristocratische Rupert Angier en zijn tegenhanger uit de arbeidersklasse, Alfred Borden. Hun vete beïnvloedt zelfs latere generaties in de jaren 1990.

Een raadselachtige familiegeschiedenis intrigeert Andrew Westley en zijn zoektocht naar antwoorden brengt hem bij Kate Angier en het verhaal over de vijandschap van hun voorouders. De roman neemt ons vervolgens zo'n 130 jaar mee terug in de tijd en behandelt, in twee gescheiden secties, de levensverhalen van Alfred Borden en Rupert Angier.

Borden vertelt zijn verhaal op (opzettelijk) verwarrende wijze, in de vorm van een commentaar op een boek over toneelmagie. Op zeker moment verkrijgt de drang om zijn verhaal te vertellen het overwicht en gaat hij gedetailleerd in op zijn leven en op de wedijver met Angier. We komen erachter dat Borden een verbluffende illusie heeft ontwikkeld, die niemand kan doorgronden. Een truc die vervolgens verbeterd wordt door Angier, tot grote woede van Borden.
De verhaalstructuur maakt dan de overstap naar Angier's formelere dagboek. Dit vormt het leeuwendeel van de roman en voert ons door zijn jeugd en zijn eerste stappen in de wereld der goochelarij. Tot een onfortuinlijke ontmoeting met Borden plaatsvindt...

Priest doet zijn verhaal via eerste-persoons-perpectieven uit de doeken, waarbij hij met gemak schakelt tussen zijn prozastijlen voor de twee tijdvakken.

Naast het geven van een inkijkje in de wonderlijke wereld van podiummagie, weet Priest het turn-of-the-century gevoel over te brengen: het loslaten van het oude tijdperk en het omarmen van het nieuwe, gesymboliseerd door de opkomst van elektriciteit. Elektriciteit is haast zelf een personage in de roman: tot leven gewekt door de historische figuur Nikola Tesla, die een ondergeschikte, maar cruciale rol speelt in de vertelling, en versterkt door Angier's verwondering over het fenomeen, die overgaat in fetisjistische bewondering.

The Prestige is een mysterie. Soms denk je een plotwending van mijlenver te zien aankomen, waarop deze vingervlug uit het zicht wordt gewerkt en wordt vervangen door iets onvoorziens. De ideeën die in de roman worden verkend hinten subtiel naar science fiction, maar tegen het einde van het verhaal komen deze elementen openlijk boven water. Dat Priest alle zaken overtuigend geaard weet te houden, is een diepe buiging voor zijn vakmanschap waard. De finale is een knap, meerduidig einde van een fantastisch opgebouwd enigma.

The Prestige is één van de fijnstgeschreven 'andere' science fiction romans die ik heb gelezen. Ook de film is geweldig, zij het met andere plotontwikkelingen dan het boek.

Andere aanraders met vergelijkbare thematiek:
  • het boek Carter Beats The Devil: speelt zich af in de jaren '20 van de vorige eeuw, de hoogtijdagen van de podiummagie;

  • de film The Illusionist: een liefdesgeschiedenis in fin de siècle Wenen. Kostuums, Jugendstil, decadentisme en magie.

woensdag 18 maart 2009

The Long Walk

W4ND3L44R
The Long Walk is een verhaal van Richard Bachman (pseudoniem van Stephen King) over 100 jonge mannen - Walkers - die deelnemen aan een duurloop. Wie als laatste overblijft, wint The Prize...
Haken en ogen:
- dag en nacht doorlopen in een tempo van vier mijl per uur;
- alleen 's ochtends wat rantsoen;
- overtredingen worden bestraft met een Ticket, een waarschuwing;
- na drie waarschuwingen word je doodgeschoten.

Welke boektitel schiet jou te binnen bij het zien van bovenstaand plaatje? Reageer! Als het kan inclusief blurb.

maandag 16 maart 2009

Kunst uit de doeken: Mucha

In alle culturen brengen mensen zoveel tijd als ze zich kunnen veroorloven door met activiteiten die, gezien in het licht van overleving en voortplanting, nutteloos lijken. Ze maken muziek, ze zingen, ze dansen. Ze houden een blog bij. Of ze beschilderen oppervlakken.

"Life imitates art" is een bekend aforisme van Oscar Wilde. Precies die hoop had de Tsjechische kunstenaar Alfons Maria Mucha (*1860 - 1939) voor ogen toen hij besloot een verblufffend epos op canvas te stellen. Dat hij door historisch significante episodes uit het Slavische verleden uit te beelden toekomstige generaties lessen in integriteit, moed en idealisme zou kunnen bieden.

Maar laten we deze spoedcursus bij het begin beginnen.


VAN GRAFISCH...

De Art Nouveau-beweging, waarvan Mucha één van de grote exponenten was, richt zich op de ontwikkeling van decoratieve schema's en gestileerde patronen. Binnen deze beweging ontwikkelde hij de Style Mucha met eigen, unieke attributen. De belangrijkste van deze is de ornamentele curve.
Voor Mucha was het onderwerp van de voorstelling altijd het uitgangspunt. Het onderwerp moest zich lenen voor de creatie van een stel motieven die op traditionele thema's gebaseerd waren, meestal ontleend aan de natuurwereld. Zo had zijn eerste serie platen, geproduceerd in 1896, als thema de vier seizoenen: onschuldige lente, zwoele zomer, vruchtbare herfst en ijzige winter.


Mucha bleef op deze manier werken, met meestal twee of vier variaties op de meest uiteenlopende thema's en zo ontstond een reeks uiterst succesvolle platen. Zijn decoratieve stijl werd in deze periode ontwikkeld, tijdens de creatie van series als De kunsten (1898), De uren van de dag (1899) en De edelstenen (1900). De combinatie van sterk gestileerde botanische elementen en beeldschone vrouwen was de uitdrukking van een blije levensvisie die door het publiek van die dagen zeer werd gewaardeerd. Mucha's primaire streven bleef altijd dat hij een combinatie moest vinden van schoonheid en goedheid.

... TOT SLAVISCH

Alfons Mucha is dus vooral bekend als tekenaar en graficus. Zijn opleiding aan de Akademie der bildenden Künsten München had hem echter ook de benodigde vaardigheden bijgebracht om als schilder te kunnen werken. Tijdens de jaren '90 van de 19e eeuw had Mucha het erg druk met zijn grafische werk. Desondanks wist hij zich als schilder te uiten in vrije portretstudies. Pas in de jaren na de eeuwwisseling kreeg hij de ruimte om andere stijlen te ontwikkelen, totdat hij zich ten slotte op zijn grootste project begon te concentreren van een serie doeken gebaseerd op de geschiedenis en voorgeschiedenis van de Slaven. Op dat punt in zijn carrière begon hij op groot formaat met olieverf te schilderen.


Het mysterieuze Vrouw in de wildernis uit 1923 bewijst dat Mucha zeer bedreven was in dit genre, waarin hij realisme en symbolisme combineert voor de creatie van iets dat veel substantiëler en boeiender is dan zomaar een variatie op het traditionele historiestuk. De volle mogelijkheden verwezenlijkte Mucha in de cyclus van 20 grote doeken die de worstelingen en aspiraties van de Slavische volkeren zouden uitbeelden:
het Slavisch epos.

Het project is monumentaal, zowel in omvang als in thematiek. Sommige doeken zijn zes bij acht meter groot. De serie overspant meer dan 1000 jaar van de Slavische geschiedenis, beginnend met twee scènes die een mythologisch verleden uitbeelden en eindigend met De apotheose van de Slaven uit 1926, dat de definitieve triomf van de Slavische volkeren in hun vrijheidsstrijd tegen onderdrukkers verheerlijkt. Stuk voor stuk zijn het uitgesproken emblematische scènes die zorgvuldig geselecteerd zijn op hun morele, allegorische, religieuze, militaire en culturele inhoud. Ze zijn qua techniek visionair te noemen, vol symbolische figuren die onstoffelijk zweven, terwijl andere figuren je recht in de ogen kijken en dwingen tot overpeinzing en deelname.


maandag 9 maart 2009

The Affirmation

Na drie boeken van mijn nog-lezen-plank gelezen te hebben, mocht ik dit weekend een nieuw boek kopen. Dat werden er meteen drie, wat iets zegt over zowel mijn ruggengraat als mijn enthousiasme.

The Affirmation is de achtste roman van de Britse schrijver Christopher Priest, 213 bladzijden dun en voor het eerst gepubliceerd in 1981. Net als zijn latere roman The Prestige (in 2006 spannend verfilmd) is dit een boek over identiteit, waarheid, perceptie en perspectief.


Een 29 jaar oude man genaamd Peter Sinclair woont in Londen en wordt gekweld door het verlies van zijn vader, een ongelukkige liefdesrelatie en het kwijtraken van zijn baan. Wanneer hem gevraagd wordt een vervallen landhuis van een vriend op te knappen, grijpt hij deze kans met beide handen aan. Terwijl Peter met de klus bezig is, raakt hij geobsedeerd door het idee dat hij zijn autobiografie moet schrijven. Om de identiteit van bepaalde mensen te beschermen, verandert hij hun namen, vervolgens de namen van de plaatsen waar ze wonen en daarna zelfs de wereld waarin ze leven.

Maar misschien is dat gelogen.

Een 31 jaar oude man genaamd Peter Sinclair woont in de stad Jethra in Faianland en wint de loterij. De prijs is een behandeling op de ver zuidelijk gelegen archipel Collago. Wie deze behandeling ondergaat, verkrijgt het eeuwige leven, maar wel tegen een prijs: totaal geheugenverlies. Onderweg naar de eilandengroep spoken van tijd tot tijd gedachten aan een manuscript door Peter's hoofd. Een manuscript dat hij twee jaar daarvoor geschreven heeft: zijn levensverhaal, waarin een aantal namen en plaatsnamen zijn veranderd.

Misschien is ook dat gelogen.

The Affirmation
tart elke poging tot samenvatten. De roman speelt met de oriëntatie van de lezer en beweegt zich tussen minstens drie lagen van realiteit, waarvan elke laag weer voor meerdere uitleg vatbaar is. In het echt is Peter een inwoner van een andere wereld en is onze planeet een hersenspinsel. In het echt is Peter een Londenaar die mentaal is ingestort, de nasleep van persoonlijke tragedies. Hij lijdt aan geheugenverlies, schizofrenie, solipsisme, of alledrie. De manuscripten zijn echt, of bestaan alleen in zijn hoofd.

Priest gebruikt helder, gemakkelijk te lezen proza dat de lezer bedwelmt met een vals gevoel van veiligheid, tot een volgend niveau van interpretatie zich aandient. Is men aan die wending gewend, dan vindt er een gebeurtenis plaats die zinspeelt op een grotere, vreemdere waarheid. Et cetera.

The Affirmation is een puzzel, maar niet per definitie een puzzel met slechts één oplossing, wat het een originele en verslavende leesbeleving maakt.

zondag 22 februari 2009

Gardens of the Moon

Eigenlijk was het lichtelijk genant dat, hoewel ik epic fantasy beschouw als één van mijn favoriete literaire genres, ik niet goed bekend was met wat door velen gezien wordt als de beste serie: Malazan Book of the Fallen, een tiendelige cyclus van Steven Erikson. Dus toen ik een speciale redux-editie zag liggen van de eerste roman - Gardens of the Moon (1999) - voor de schamele nieuwprijs van €4,99 voor 729 bladzijden, was ik snel verkocht en het boek ook.

De premisse is eenvoudig genoeg: The Malazan Empire is uit op de verovering van de oude citadel Darujhistan, de machtigste van de Free Cities of Genabackis en de enige die nog nooit ten prooi is gevallen aan de Malazans. Terwijl de twee partijen slaags zijn met elkaar doet het restant van een Malazan elite regiment - The Bridgeburners - zijn best verraad aan beide zijden te vermijden en heelhuids uit het conflict te komen.

Dit klinkt niet al te ingewikkeld. Maar als je de myriade aan subplots neemt - ondoorzichtige allianties, verscheidene goden die zich mengen in menselijke zaken, het ontwaken van een aloude kracht en de poging van bepaalde individuen om een gevallen edelman op zijn rechtmatige plaats te herinstalleren - neemt het geheel al snel epische proporties aan. Dit is een roman zo diep als een oceaantrog. Toegegeven, bij tijd en wijle gebeurt er bijna teveel en het verbaast me niet dat dit sommige lezers afstoot. Gardens of the Moon kun je niet lui en gemakkelijk weglezen. Maar de beloning is ernaar.

Neem de Malazan wereld: geen halfslachtige replica van een middeleeuws Europa. In plaats daarvan onthult Gardens of the Moon beetje bij beetje een enorm gedetailleerde wereld, met een tastbaar gevoel van geschiedenis. Opmerkelijk genoeg lukt het Erikson om grootschaligheid te vermijden, maar toch de hele wereld tot leven te brengen; geleidelijk worden de historie en de mythen en legenden die haar schragen uit de doeken gedaan. Je kunt dit alleen maar bewonderen. En natuurlijk helpt het dat er zoveel machtige ingrediënten in zitten: verschillende rassen, een aantal samenzwerende goden, een weldoordacht magie-systeem, eeuwenoude steden en een volledig continent dat wordt geteisterd door een eindeloze oorlog. Het is onmogelijk hier niet door te worden opgezogen, niet te genieten van het verleden van deze wereld en je de repercussies voor de toekomst te realiseren.

Een goed opgebouwde wereld is natuurlijk niet alles. Gelukkig is Erikson net zo bedreven in het neerzetten van personages en het uitzetten van plotten. Er zit een aantal briljante passages in die je lang zullen bijblijven. Je vraagt je haast af hoe Erikson zó veel actie in één boek heeft weten te proppen. Voldoende scènes om een trilogie mee te vullen en het feit dat ze zo dicht op elkaar zitten, geven aan dat het tempo van het boek moordend is.

De personages zijn een andere grote vreugde in Gardens of the Moon. Erikson is bekwaam in het kleuren van karakters aan de hand van wat ze zeggen en doen, anders dan ze te beschrijven. Zijn menselijke personages zijn allemaal echt 'menselijk': vergeven van hoop, angst en onvolkomenheden. Wie met name indrukwekkend geportretteerd zijn, zijn Paran, Sergeant Whiskeyjack en Adjunct Lorn. Alle gruwelen die kenmerkend zijn voor oorlog - de dood, lijden, uitgeputte acceptatie, ijzeren vastberadenheid, verborgen hopeloosheid - echoën mooi terug uit dit trio. Verder is er een bonte schare aan memorabele personages. Ik noem: het meisje Sorry, een rekruut met een dodelijk geheim; Hairlock, een cadre mage die op fascinerende wijze transformeert; en Lord Anomander Rake, één van de koelste anti-helden in epic fantasy. Maar mijn persoonlijke favoriet is Kruppe, wiens beminnelijke, onhandige manier van doen een aanzienlijke macht verbergt.

Een ander verfrissend aspect is de dominante aanwezigheid van magie. Veel fantasies maken gebruik van magie, maar Erikson draait de knop naar 11. Het komt meer dan genoeg aan bod en de effecten ervan zijn vaak afschrikwekkend. De wereld krijgt er een gevaarlijk randje door en het tilt het geheel naar een ander niveau. Niet veel zaken zijn heftiger dan geduchte tegenstanders die verwikkeld zijn in een intens gevecht, vooral als je zo ongelukkig bent om in het kruisvuur te belanden...

Ik doe deze suggestie: lees Gardens of the Moon. Het is niet voor iedereen, maar daar kom je in ieder geval snel genoeg achter. En als het je wél pakt, zul je je rijker voelen dat je het gelezen hebt.

dinsdag 17 februari 2009

Generation Kill

Een serie die hier in Nederland niet zo bekend is, maar het absoluut verdient om geplugd te worden, is Generation Kill: in Amerika omschreven als 'a hardhitting show about a difficult issue'. Dit historisch document is geproduceerd door HBO, een zender die vaak geprezen wordt om de series met realistische verhalen, superieure dialogen en strakke regie en cameravoering. Een paar paradepaardjes uit deze stal zijn: The Sopranos, Six Feet Under, Rome en The Wire.

GENERATION KILL is een miniserie uit 2008, gebaseerd op schrijver Evan Wright's gelijknamige boek. Wright werd in 2003 als verslaggever voor het tijdschrift Rolling Stone naar Irak gestuurd om een verkenningsbataljon van het United States Marine Corps te vergezellen. De artikelen die hij schreef over zijn ervaringen tijdens Operation Iraqi Freedom leverden hem de National Magazine Award op, waarna ze in boekvorm gebundeld werden. Wright wordt geportretteerd door Lee Tergesen en door zijn ogen zijn we er getuige van hoe krankzinnig het hele gebeuren is.

De Marines vormen een imposante groep mannen met een gevaarlijke taak. Maar het zijn ook ego's en kankeraars, wat waarschijnlijk deels naar boven komt omdat er een reporter in hun midden is. Sommige Marines zijn ronduit racisten die de Irakese burgers 'filthy hajis' noemen, terwijl anderen terughoudend respect voor de Irakezen tonen en bijzonder goed op de hoogte zijn van het land en haar geschiedenis. Een aantal is homofoob en klaagt over de aanwezigheid van homo's in hun peloton, het merendeel is begripvoller of denkt dat hun collega 'Fruity' Rudy Reyes misschien gewoon metrosexueel is. In veel opzichten staan de Marines model voor de Republikeinen zelf: over het algemeen steunen ze de oorlog, ook al weten ze niet precies waar deze over gaat, en àls ze de Irakese bevolking al respecteren, dan zullen ze dit niet van de daken schreeuwen.

De opmerkingen over Rudy zijn als grapje bedoeld, maar hetzelfde kan niet gezegd worden van de opmerkingen over Irakezen. De Marines praten over ze alsof het honden zijn, of vijanden in een computerspelletje. Ze zwaaien naar ze als ze in hun tanks langsrijden, om tegelijkertijd gekscherend te zeggen dat ze een clean shot hebben als ze zouden willen; laten we wel wezen: wie draagt er nu 's middags een pyjama?! Aan het begin van een andere scène lezen ze hardop brieven voor van schoolkinderen, die schrijven dat ze hopen dat de oorlog voorbij is vóórdat de Marines hoeven te vechten. Op meedogenloze wijze bespotten ze de brieven door te zeggen dat ze NATUURLIJK wat Iraqis willen afknallen voor ze weer naar huis gaan. Waarom zouden ze daar anders zijn?! Daarna dumpen ze de brieven in de prullenbak, met de opmerking dat ze liever porno opgestuurd hadden gekregen.

Is het allemaal stoerdoenerij? Wie zal het zeggen? Wat wel duidelijk is, is dat de Amerikaanse overheid deze mannen de strijd in heeft gestuurd met alleen een basisuitrusting, en zelfs die werkt niet. Ze zijn uitgerust met nachtkijkers, maar hebben er geen batterijen bij gekregen; tentstokken breken bij een lichte zandstorm als luciferhoutjes doormidden. Ook de informatie waar ze mee moeten werken is ronduit gebrekkig: de Luitenant Colonel (met raspstem, bijgenaamd Godfather) claimt dat ze gegevens krijgen van de BBC, omdat hun eigen media niet beschikbaar zijn. (Ongeloof zwermt door het kamp als één persoon zegt dat hij gehoord heeft dat J.Lo dood is. Vervolgens wordt werkelijk iedereen die binnenkomt gevraagd of hij het gerucht kan bevestigen of ontkrachten.)

Ik heb nog niet echt een band met de personages - het is een zevendelige miniserie en waarschijnlijk duurt dit even - maar de indruk die ze achterlaten is bijzonder, omdat ze afwisselend sympathiek en verachtelijk zijn. In een bepaalde scène hebben twee soldaten het over de wrakken van tanks uit eerdere oorlogen in deze zandbak, waarbij ze klagen dat men niet eens de moeite heeft genomen om de puinhopen van Operation Desert Storm op te ruimen. Vervolgens bediscussiëren ze de geschiedenis van het land en hoe het overstroomt van oorlog en bloedvergieten. Dan wendt de één zich tot de ander en zegt 'White man's gotta rule the world, right?' De ironie? Hij is niet blank.

Het is de bedoeling dat de Marines zich van 'de vijand' differentiëren door die minder-dan-menselijk te maken. Maar wanneer ze onverwachts geconfronteerd worden met een groep Irakese vluchtelingen, die dagenlang op kapotte, blote voeten hebben gelopen om zich aan de troepen te kunnen overgeven, ervaren ze de realiteit van de oorlog: van hogerhand krijgen ze het bevel zich er niet mee te bemoeien. De Marines kijken vol ongeloof om zich heen. Eentje citeert de Geneefse Conventie: dat ze een ieder die zich overgeeft moeten accepteren en beschermen. De enige respons die ze hierop krijgen, is een schouderophaal en een herhaald verzoek om alle bevelen op te volgen, onder het advies: 'unsurrender them'. Geschokt en boos dwingen de Marines de vluchtelingen rechtsomkeert te maken en terug te lopen naar waar ze vandaan kwamen. Op dat moment beginnen ze zich af te vragen wat ze hier nou eigenlijk doen...

In volle vlucht

vrijdag 6 februari 2009

Pussy. Octo Pussy.

James Bond is de grootste metafoor uit de filmwereld. Laatste man op de brug voordat de wereld vergaat. Hoeder van weduwen en wezen, zeker als die zich vertonen in bikini en op hoge hakken. Een wraakmachine in dienst van Queen & Country.

Al meer dan vijftig jaar hangt James Bond de dubbele nul uit. Als schrijver Ian Fleming in 1952 zijn potlood niet had natgemaakt voor Casino Royale, zou Bond in 2006 zijn wodka-martini niet hebben gedronken in de gelijknamige film. (Gin heeft iets 'bruis', vandaar het schudden. Hierdoor wordt lucht in de drank gebracht die het bruisen tegengaat en het olieachtige patroon doorbreekt.) In de boeken drinkt Bond dit drankje slechts sporadisch. Het zijn de filmmakers die er een gimmick van maakten. Casino Royale is mijn favoriet, zowel wat Bondfilm als -vertolker betreft. Machtig vind ik het moment waarop Daniel Craig wordt gevraagd of hij zijn wodka-martini 'shaken or stirred' wil. Het enig juiste antwoord: 'Do I look like I give a damn?' Ik waardeer deze rauwere, menselijkere Bond die het ook niet allemaal weet.

VAN BOEK...

Ian Fleming schreef elk Bondverhaal op Jamaica, in zijn huis dat hij Goldeneye had gedoopt, naar de roman Reflections in a Golden Eye van Carson McCullers. De naam Bond is fictief; Fleming pikte hem op van een boekje dat bij hem thuis op zijn bureau lag: Birds of the West Indies. De auteur daarvan was ene James Bond.

Octopussy
and The Living Daylights, zoals het oorspronkelijke boek luidt, is postuum uitgebracht in maart 1966 en bevatte twee korte verhalen; de latere paperback-editie had er een derde bij.

1. Octopussy - geschreven begin jaren '60. In 1966 verzorgde Playboy een voorpublicatie in afleveringen.
Major Smythe is een gepensioneerde agent van de Secret Service die op een kwade dag bezoek krijgt van James Bond. Smythe heeft zich tijdens de oorlog verrijkt met goudstaven die aan de Duitsers toebehoorden en heeft daarvoor een moord gepleegd. Sindsdien leeft hij welgesteld op Jamaica. Jaren later komt Bond hem vertellen dat de Secret Service op de hoogte is van zijn aandeel en boontje dus om zijn loontje komt. Voordat hij op strafexpeditie moet, krijgt Smythe nog een paar dagen respijt en verkiest te sterven door zijn liefhebberij: diepzeeduiken. Niet geheel tegen zijn wil laat hij zich doden door een octopus.

2. The Living Daylights - in 1962 gepubliceerd in The Sunday Times, één van de kranten waar Fleming voor werkte.
Door een onderschept codebericht komt M te weten dat de grond in Berlijn een Engelse dubbelagent te heet onder de voeten wordt. Maar ook de vijand is daarvan op de hoogte. Hun beste scherpschutter, bijgenaamd Trigger, moet de geheim agent neerschieten als die zal proberen het niemandsland aan de Berlijnse grens over te steken. Het is Bonds opdracht Trigger te doden voordat die zelf het dodelijke schot kan lossen. Trigger blijkt een knappe vrouw te zijn en 007 spaart haar. Hij wordt daarvoor serieus op de vingers getikt.

3. The Property of a Lady - geschreven in opdracht van het Londense veilinghuis Sotheby's.
Bond leert dat een juweel van de beroemde Russische ontwerper Fabergé zal worden geveild bij Sotheby's. Met de opbrengst zal een dubbelagente voor Moskou worden betaald. M is daarvan op de hoogte en zorgt ervoor dat de vrouw nu al jaren valse informatie wordt doorgespeeld. Bond beseft dat dit dé gelegenheid is om de Russische geheime dienst in opspraak te brengen en herkent de contactpersoon van de dubbelagente op het nippertje.

... TOT WITTE DOEK

Iedere Bondfilm worden we min of meer in het (dubbele) ootje genomen. Laat de overvloed aan details weg en je behoudt een identieke structuur.

Het begin dompelt ons ergens middenin de actie. We krijgen enkele interessante namen te horen en voelen het gevaar dat James Bond zal bedreigen. Voor we ons daar vragen over stellen, zijn we een scène verder, waarin Bond aan het filosoferen (twijfelen, klagen) slaat. Vervolgens wordt hij bij M geroepen. Die is meestal weinig mededeelzaam en onderwerpt Bond graag aan een test alvorens ter zake te komen. Bijna altijd wordt dan kort een portret geschetst van een of andere machtswellusteling (geschifte geleerde, gangster) die het aan de stok heeft met de geheime dienst (KGB, Chinese Tong). Bij wijze van wraakoefening bouwt die knaap dan raketten (chanteert regeringen, bedreigt de wereld). Het is Bonds taak in het vaarwater van de schurk terecht te komen en wel zó dat die onder de indruk raakt van Bonds capaciteiten. Daartoe heeft 007 zich grondig voorbereid en doet hij een beroep op vrienden die hem de lokale gebruiken leren (Leiter, Mathis, Quarrel). Op dit moment wordt het vrouwelijk schoon geïntroduceerd (Domino, Vesper, Honey), dat meestal tegen wil en dank deel uitmaakt van de entourage van de schurk. De eerste confrontatie met die schurk gebeurt gewoonlijk bij een spelletje (golf, backgammon, poker) of door zich op het goede moment ten dienste te stellen als revolverheld of krachtpatser. Hier maakt Bond kennis met de luitenant van de schurk die ofwel uitblinkt door zijn imposante afmetingen (Jaws), ofwel over indrukwekkende vaardigheden beschikt (Oddjob).
De vrouwen zijn er meestal de reden van dat 007 gevangen wordt genomen. Steeds weer vindt de schurk dát het moment om Bond te trakteren op een exposé over macht of pijn en praat zich daarmee gelijk aan de galg. Nadat James enkele vragen heeft mogen stellen, wordt hij gemarteld, maar vindt steeds de mogelijkheid om te ontsnappen. Hij brengt het meisje in veiligheid, liquideert achtereenvolgens de luitenant van de schurk en de schurk zelf en vernielt of verhindert diens project. Tegen die tijd is hij dringend toe aan rust, die hij doorbrengt met zijn nieuwste verovering. Dit levert hem gegarandeerd een standje op van M, waarna hij het verhaal eindigt met een kwinkslag of een filosofische opmerking.

Om er eentje oppervlakkig te ontleden, heb ik puur uit blogoogpunt gekozen voor Octopussy: de enige Bondfilm die de naam draagt van een vrouwelijke tegenstander. (Dr. No en Goldfinger verwijzen naar mannen.) De titelrol wordt vertolkt door de Zweedse Maud Adams. Eerder verscheen ze (en werd ze vermoord door Sean Connery) in The Man With the Golden Gun. Roger Moore kruipt voor de zesde keer in de smoking van 007.

De film Octopussy ging in première op 6 juni 1983 en houdt het midden tussen een komedie en een actiefilm. De kruisbestuiving werkt echter niet, zodat de film tweeslachtig overkomt. Hij kan rudimentair worden samengevat als een ingewikkelde film met goede dialogen en sterke stunts, die nodeloos wordt onderbroken door flauwe grappen. Verantwoordelijk zijn de scriptschrijvers die een compleet nieuw verhaal maakten met daarin twee van de drie korte verhalen uit het boek.
Van het korte verhaal Octopussy werd slechts het droge feit behouden dat Octopussy, de dochter van Smythe, Bond dankbaar is voor de kans die hij haar vader heeft gegeven. Dat en de passie voor inktvissen is het enige wat overbleef van het verhaal. Octopussy koos het dier als logo. Thuis heeft ze er één in het aquarium en ook haar ontzaglijke bed heeft de vorm ervan.
Aan The Living Daylights wordt alleen in het begin heel kort gerefereerd: een Britse agent probeert Oost-Duitsland te ontvluchten. (In 1987 kreeg het verhaal zijn eigen film.)
The Property of a Lady
komt bijna voluit voor, zij het in een andere context.

Verder zijn de schrijvers erin geslaagd met de elementen smokkel, circus en atoomcrisis een chaos van jewelste te maken. Je moet de film beslist twee keer zien voor je iets van de plot begrijpt. Je geeft dat gauw op en concentreert je op de actiescènes. Octopussy gaat prat op een achtervolging met tuktuks in de straten van Udaipur, een partij backgammon, een drijvend paleis, een tijgerjacht, twee keer een nachtelijke inval met horden vrouwen, een auto-op-rails-achtervolging, een op-het-dak-van-een-trein-gevecht en een op-de-vleugels-van-een-vliegend-vliegtuig-gevecht. Het lijkt er soms op dat Roger Moore de stand-in is van zijn stuntman...

De vulpen waarmee Bond ontsnapt uit het paleis is zowat de enige gadget in de film. De inktpatroon bevat geconcentreerd salpeter- en zoutzuur. Als Bond de tralies van een raam verbuigt na deze te hebben aangetast met het zuur klinkt kort de Theme from Superman. Verderop in zijn ontsnapping horen we de fameuze Tarzanschreeuw uit de jaren '30 Johnny Weissmuller-films. Dit alles ontlokt schurk Kamal Kahn later de uitspraak: 'You have a nasty habit of surviving.'

De verbale schermutseling met Miss Moneypenny heeft zuurstof gekregen dankzij haar nieuwe assistente, Miss Smallbone. Bond ziet meteen haar bevallige achterkant:
(Bond) 'I must say you become more beautiful every day.'
(Moneypenny) 'I am over here.'
(Bond) 'Oh, of course you are.'
(Moneypenny) 'And this is Miss Penelope Smallbone, my new assistent.'
(Bond) 'What can I say, Moneypenny, except that she is as attractive and charming...'
(Moneypenny) 'As I used to be?'
(Bond) 'I didn't say that!'
(Moneypenny) 'You're such a flatterer, James.'
(Bond) 'Oh Moneypenny, you know that there has never been, and there never will be anybody but you.'
(Bond geeft één roos uit het boeket aan Moneypenny.)
(Moneypenny) 'So you've told me.'
(Hij geeft de rest van het boeket aan Miss Smallbone.)

Elders in de film, uitrustend van de geleverde inspanningen met een vrouwelijke verovering, vraagt Bond naar de inktvistatoeage op haar lende. Haar subtiele antwoord: 'That's my little octopussy.'