Posts tonen met het label Boek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boek. Alle posts tonen

maandag 20 juli 2009

Boekdoek IX

Jeune fille lisant
- Théodore Roussel, 1886-87 -

donderdag 16 juli 2009

Openingszin 4


dinsdag 14 juli 2009

Druktemakers

Doen is besmettelijk. Hoe meer mensen je bij elkaar zet, des te harder gaan ze dingen doen. In wereldsteden lopen en rennen en rijden ze langs, over en door elkaar heen als de spreekwoordelijke mieren in hun hoop.

Het ontzag voor doen is ons met de paplepel ingegeven. Zeker in een christelijk land als het onze. "Ga tot de mier, gij luiaard! Zie hare wegen en word wijs," predikt Spreuken 6: 6. Dankzij Animal Planet, National Geographic en Discovery Channel wordt dit advies beter opgevolgd dan ooit. Het is fascinerend om te zien hoe mieren altijd in de weer zijn. Ze sjorren en ze slepen, ze zwoegen en ze ploeteren, ze zijn altijd ergens naar op weg.

Of neem bijen, ook van die uitslovers. Nog even wat nectar hier, daar ook nog maar een drupje, en passant nog even een veldje koolzaad bestuiven en dan weer snel de korf in om voor het heil van de staat te zorgen.

Van die documentaires gaan mensen ook steeds drukker doen. Dat zal immers wel de natuur zijn. Wekkers rinkelen voor dag en dauw, werk wordt verzet en na gedane arbeid wordt de vrije tijd grondig besteed. Maar dieren maken zich helemaal niet zo druk als wij. Zij weten niet dat het leven kort is. Vogels sloven zich wel uit om hun jongen groot te brengen, maar niet in augustus, september, oktober, november, december, januari, februari, maart en april. Dan nemen ze het ervan. Films over bevers doen denken aan reportages over de Japanse auto-industrie. Druk, druk, druk. Maar waarom bouwen bevers zo ijverig aan hun dam? Om er, moe van het bouwen, lang en lui in te kunnen uitrusten. Maar dat zie je nooit op de film, want niks doen beweegt niet, en wat niet beweegt komt niet op tv.

Een mens leeft te snel. Je zou traag moeten leven, traag als stroop in de winter. Hier klinkt de echo uit oudtestamentische tijden, waarin de oproep om 'tot de mieren te gaan' overstemd wordt door de woorden van Jesaja 28: 16: "wie gelooft, die zal niet haasten."

vrijdag 10 juli 2009

Tot stof

De meeste doden worden begraven. We zeggen dat we ze nooit zullen vergeten en werken ze ondertussen snel uit het zicht. Zand erover.

In de vlammen van het crematorium ontbindt een lichaam aanzienlijk vlotter dan bij de geleidelijke verbranding in de magen van allerlei lijkenvretertjes. Bij 1100 °C is het lijk binnen twee uur tot stof en as opgestookt. Sneller kan de bijbelse profetie uit Genesis 3: 19 niet worden vervuld. Toch heeft de kerk zich lang tegen crematie verzet. Lijkverbranding is in de christelijke traditie een straf voor godloochenaars, heksen en sodomieten. Om de slechtheid van zijn daden voorgoed van het aangezicht der aarde te verdrijven, moest de dader zelf in rook opgaan. Stof en as werden door de wind naar alle hoeken verstrooid, opdat het lichaam zich bij de wederopstanding nooit meer bij elkaar zou weten te rapen.

Begraven of cremeren, het eindprodukt is en blijft hetzelfde: stof. Vijfeneenhalve pond stof. Het is een ontluisterende gedachte dat de mooiste vrouw uiteindelijk is terug te brengen tot een hoopje stof. Maar er is troost: de hoogste bomen en grootste gebergten vergaan ook tot stof. Je loopt erover en ziet het dansen in een zonnestraal.

vrijdag 3 juli 2009

Boekdoek VIII

Roser. Marie I Haven.
- Peder Severin Krøyer, 1893 -

woensdag 1 juli 2009

Reuze interessant

Voor een potje vergapen mogen ze mij wakker maken, midden in de nacht, of het nu aan een wonderbaarlijk dier is, een verblindend mooie vrouw, of een echt heel erg lelijk kind.
In vroeger dagen had men daar speciale inrichtingen voor, op de kermis, waar je je kon vergapen aan lilliputters, de dikke dame of de vrouw met de baard. "Komt dat zien!" En men kwam zien. Om de nieuwsgierigheid te bevredigen, maar ook vanwege de geruststelling die ervan uitging: dat alles altijd erger kon, de bochel hoger, de gezichten mismaakter, de toorn van de Here hardvochtiger.
Men keek en huiverde. Maar er waren ook bewonderende blikken. Tegenover de dwergen had je de reuzen. Hoog torenden ze boven het publiek uit, om de droom van elke jongen - de grootste te zijn - aanschouwelijk te maken. Hier had je het levende bewijs dat dromen geen bedrog zijn en mythen op waarheid berusten.

Het geloof aan reuzen is een kenmerk van onze soort. Een volk zonder reuzen is een volk zonder fantasie. Sla er de heilige boeken maar op na. Grootste reus in de Bijbel is Goliath:

'Toen ging er een kampvechter uit, uit het leger der Filistijnen; zijn naam was Goliath, van Gath; zijne hoogte was zes ellen en eene span. En hij had eenen koperen helm op zijn hoofd en hij had een schubachtig pantsier aan; en het gewicht van het pantsier was vijf duizend sikkelen kopers; En een koperen scheenharnas boven zijne voeten, en een koperen schild tusschen zijne schouders; En de schacht zijner spies was als een weversboom, en het lemmet zijner spies was van zes honderd sikkelen ijzers; en de schilddrager ging voor zijn aangezicht.'
Samuël 17: 4-7

Omgerekend was Goliath tussen de twee en drie meter lang en woog zijn pantser bijna 40 kilo. Volgens de Schrift werd hij verslagen door David met een steentje uit een slinger, volgens de schriftgeleerden met de hulp van God. Die had zelf nog bijgedragen aan het ontstaan van de reuzen, lang voor de zondvloed:
'In die dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot de dochteren der menschen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van name.'
Genesis 6: 4

Bij de Grieken waren de reuzen zelf goden en de goden zelf reuzen. Herakles, hoewel slechts een halfgod, bevocht leeuwen en de zevenkoppige draak Hydra.

Voor de Grieken en christenen was het duidelijk: een reus is zo sterk als hij groot is. In dat opzicht stelde de kermis wel eens teleur. In het echt zijn veel reuzen slungelige leeghoofden op platvoeten, geplaagd door hernia en flauwe grappen. Hun lengte is geen geschenk, maar een straf van de goden. Ze zijn letterlijk uit hun krachten gegroeid...

donderdag 25 juni 2009

MIJmering

Dit wordt ons niet ontnomen: lezen
en ademloos het blad omslaan,
ver van de dagelijksheid vandaan.
Die lezen, mogen eenzaam wezen.
Uit: Onvervreemdbaar
Ida Gerhardt (1905 - 1997)

zondag 21 juni 2009

Boekdoek VII

.
In The Orangery
- Charles Edward Perugini (1839-1918) -

donderdag 18 juni 2009

Boekdelen spreken









(Meer verknipte covers alhier en hierzo.)

dinsdag 16 juni 2009

Alleen / Alien

Als het universum oneindig groot is, dan lijkt het een wiskundige zekerheid dat er ergens daarbuiten intelligent leven huist. Maar de kans dat E.T. bij ons in de buurt woont, is aanzienlijk kleiner. Hoeveel kleiner? In 1961 heeft de Amerikaanse astronoom Frank Drake een formule opgesteld waarmee het aantal buitenaardse beschavingen in ons sterrenstelsel kan worden benaderd:

N = R* x fp x ne x fl x fi x fc x L

Sindsdien proberen allerhande wetenschappers deze variabelen, waarvan een aantal onzeker of zelfs onbekend is, in te vullen. De antwoorden lopen uiteen van circa nul tot enkele tienduizenden.

maandag 15 juni 2009

Openingszin 3


dinsdag 9 juni 2009

Boekdoek VI

.
On The Beach Bournemouth
- Henry Scott Tuke, 1882 -

maandag 8 juni 2009

Quantimaterie

Nog niet zo lang geleden gingen geluiden op dat de Large Hadron Collider - de deeltjesversneller van CERN - planeetopslokkende zwarte gaten zou kunnen produceren. Momenteel draait Dan Brown's Angels & Demons in de bioscopen en worden we gewezen op een ander gevaar dat zou lurken in het laboratorium nabij Genève: antimaterie.

Hoewel Dan Brown's kijk op antimaterie uit de duim is gezogen, is het spul zelf dit zeker niet. We zien sporen ervan in kosmische straling en het wordt met dagelijkse regelmaat wereldwijd geschapen in zogedoopte atom smashers. Ook ziekenhuizen gebruiken radioactieve isotopen die deeltjes antimaterie uitstralen, voor het maken van scans met de techniek die bekend staat als PET.

Volgens de theorie zijn materie en antimaterie op het moment van de oerknal in exact gelijke hoeveelheden gevormd: de natuurwetten schrijven voor dat ze paarsgewijs ontstaan. In de eerste seconde van het bestaan van het universum zouden ze elkaar door contact volledig moeten hebben vernietigd. De kosmos dient gevuld te zijn met licht en verder niets. En toch zijn wij hier. Net als sterren, planeten, manen, kometen en asteroïden. Allemaal, voor zover we kunnen nagaan, opgebouwd uit materie.
Praktijk 1 - Theorie 0
.

Op een of andere wijze zijn materie en antimaterie erin geslaagd aan elkaars greep te ontsnappen. Ergens in de diepere regionen van de ruimte ligt antimaterie op de loer en heeft het anti-sterrenstelsels en misschien zelfs anti-leven gevormd. Een interessant speculatie-onderwerp. Men neemt bijvoorbeeld aan dat zwaartekracht dezelfde uitwerking heeft op alle materie. Maar hoe zit het met antimaterie?

maandag 1 juni 2009

Openingszin 2


zondag 31 mei 2009

Boekdoek V


Girl in a Red Dress Reading by a Swimming Pool
- Sir John Lavery (1865-1941) -

woensdag 27 mei 2009

Openingszin 1


vrijdag 22 mei 2009

Boekdoek IV

.
The Picture Book
- Robert Frederick Blum (1857-1903) -

vrijdag 15 mei 2009

Boekdoek III

.
A Girl Reading
- Frank Duveneck, 1877 -

zondag 10 mei 2009

Feit en Fictie

Fictie is een vreemd genre. Het is tegelijkertijd verzonnen en realiteit. Onwerkelijk op het ene moment en tintelend bedrieglijk op het andere, als de hartslag van een schim. Net als een leugen kan het zijn dat het allesbehalve overeenstemt met de werkelijkheid en tegelijkertijd allesonthullend is, kloppend, wat betreft de psychologie van degene die de onjuiste verklaring aflegt.

Daarom is in de literatuur, van Cervantes tot Murakami, de geestesverwarring een regelmatig aangeboorde bron, waarin de verbeelding van een romanpersonage vervlochten raakt met de kalmere fictie van de roman zelf. Denk aan Kafka's Das Urteil (1913), dat begint met een man die een brief schrijft aan een oude vriend, die naar Sint Petersburg is verhuisd. Enkele bladzijden verder trekt hij in twijfel of die vriend eigenlijk wel bestaat...

In de standaard derde-persoons-vertelling is een kleine nuance vaak voldoende om ervoor te zorgen dat we alert zijn op verzinsels van een karakter.

Als ik de tram in Den Haag zou beschrijven vanuit het perspectief van een twaalfjarig jongetje en ik schreef 'De deuren sloten na tien seconden en de halte viel weg', dan zou ik al dan niet exact kunnen zijn over hoe lang de tramdeuren geopend blijven, maar de opmerking zou buiten twijfel staan. Als ik daarentegen zou schrijven 'De deuren sloten na precies tien seconden en de halte viel onafwendbaar weg', dan zouden deze twee bijvoegsels de houding van de lezer doen verstarren. ("Wie is deze jongen, voor wie punctualiteit zo manisch belangrijk is en die de wereld zo apart bekijkt?") Als hetzelfde jongetje in die tram een gesprek opvangt tussen een man en een vrouw en het hem opvalt dat de vrouw wacht tot de man is uitgesproken en hij opmerkt dat 'hun stemmen elkaar nooit raakten,' zouden we ons deelgenoot kunnen voelen van een wereld vol buitengewoon zintuiglijke ergernis. Alsof de erwt altijd door de matrassen prikt, ongeacht hoeveel erop liggen.

Zinnen als deze, bijna onmerkbare afwijkingen van de gedeelde realiteit, bereiden ons voor op veel grotere en duidelijkere eigenaardigheden. En op een boel leesplezier.

Fictie: één groot pseudo-statement.

vrijdag 8 mei 2009

Boekdoek II

.
Young Woman Reading By a Window
- Delphin Enjolras (1857-1945) -